Skip to main content
Home » Future of Learning » “De ‘school van morgen’ bestaat niet”
Future of Learning

“De ‘school van morgen’ bestaat niet”

Jan Schuer, oprichter en CEO van Smartschool.

Hoe ziet de school van de toekomst eruit? Niemand die beter geplaatst is om die vraag te beantwoorden dan Jan Schuer, de bedenker van het Smartschool-platform waar bijna elke leerling in Vlaanderen dagelijks mee werkt. “De ‘school van morgen’ bestaat niet”, klinkt het enigszins verrassend.

Tekst: Diederik Vandendriessche – foto’s: Kris Van Exel

De coronapandemie heeft de digitalisering in het onderwijs noodgedwongen in een stroomversnelling gebracht. Maar nu dient zich volgens Smartschool-ontwikkelaar Jan Schuer een nieuw kantelpunt aan: “De afgelopen twintig jaar vond er in de eerste plaats een digitalisering van de bestaande processen plaats. Het schoolbord werd een digitaal whiteboard en de instrumenten werden gedigitaliseerd, maar de manier van lesgeven bleef dezelfde. Nu komen we door artificiële intelligentie (AI) en machine learning in een digitale transformatie terecht. De digitalisering is iets wat ons in grote mate overkomen is. De digitale transformatie biedt ons daarentegen de kans om een bewuste verandering te creëren die veel breder gaat dan enkel het digitale op zich.”

Neveneffecten

Jan Schuer was niet alleen een bevoorrecht toeschouwer van de digitalisering in het Vlaamse onderwijs, hij was er deels ook de grote gangmaker van. In 2003 richtte hij het bedrijf Smartbit op, dat de uitrol van het digitale schoolplatform Smartschool mogelijk maakte. Inmiddels is Smartbit een onderdeel van het Vlaamse IT-bedrijf Cegeka geworden. Met Smartschool 2.0 wil het 30-koppige team de onderwijsomgeving personaliseren en sterker verankeren op maat van de leerling: “Om de juiste doelstellingen in kaart te brengen en de neveneffecten onder controle te houden, werken we samen met iedereen die in het onderwijs actief is en met wetenschappers uit verschillende domeinen. Een oefeningenplatform zou zich bijvoorbeeld automatisch kunnen aanpassen aan het niveau van het kind, maar de eerste vraag moet zijn of dat pedagogisch verantwoord is. Via slimme algoritmes zouden we ook de slaagkansen van leerlingen kunnen voorspellen, maar mogen leerkrachten dergelijke data zomaar gebruiken?”

De technologische ontwikkeling zet zich geleidelijk aan voort en wij moeten met zijn allen bepalen welke richting die uit moet gaan.

Kompas

Om de impact van dergelijke vragen correct te kunnen inschatten, heeft Smartschool een adviesraad in het leven geroepen. “Daarin zetelen leerkrachten, schooldirecteurs, verschillende experten, vertegenwoordigers van de onderwijsvakbonden, het Kinderrechtencommissariaat, enz.”, aldus Schuer. “Het doel is om het ‘kompas’ van ons platform te bewaken. Als bedrijf hebben wij namelijk een maatschappelijke opdracht. Smartschool is ooit begonnen als hobby van mezelf toen ik student was in de lerarenopleiding aan de hogeschool UCLL. Dat mondde uit in mijn eindwerk en uiteindelijk waren er enkele middelbare scholen geïnteresseerd. Enkel in de vorm van een bedrijf kon ik het platform laten groeien, maar wij maken deel uit van het maatschappelijk weefsel en dan is het maar normaal dat de maatschappij daar inspraak in heeft.”

“Ik sprak onlangs nog met een leerling: hij hoopte dat het nieuwe Smartschool geen tweede black box wordt zoals de klassenraad nu. Hij vond dat de adviezen van de klassenraad te weinig geduid werden en te weinig tot hem doordrongen. Dus explainable AI (XAI) wordt heel belangrijk: we moeten het algoritme op een menselijke manier kunnen uitleggen zodat iedereen het begrijpt. Om dat te kunnen bereiken, moeten we de nieuwe tools in cocreatie met alle betrokkenen tot stand brengen.”

Privacy

“De grootste fout die we kunnen maken, is in een kramp schieten en helemaal niets doen met de nieuwe technologie”, klinkt het. “Uit recent onderzoek blijkt namelijk dat ouders en leerlingen verrassend positief staan tegenover algoritmes in het onderwijs. Er is uiteraard wel wat wantrouwen – veroorzaakt door de manier waarop sociale media met onze privacy zijn omgesprongen – maar iedereen verwacht toch dat we die technologie nu ook in het onderwijs gaan gebruiken. Maar de technologie gaat hand in hand met de inhoud: wat is ons doel en wat willen we exact bereiken? We zullen het slim en holistisch moeten aanpakken in een constante dialoog met alle betrokkenen: scholen, onderzoekers, ontwikkelaars, beleidsmakers, onderwijskoepels, enz.”

De digitalisering is iets wat ons in grote mate overkomen is. De digitale transformatie biedt ons daarentegen de kans om een bewuste verandering te creëren die veel breder gaat dan enkel het digitale op zich.”

Schuer is zich ervan bewust dat er altijd wel iets aan de aandacht zal ontsnappen. Dat is nu eenmaal eigen aan verandering. Hij wijst erop dat er in het verleden te weinig stilgestaan werd bij een mogelijke collateral damage: “Ouders hebben op een bepaald moment bijvoorbeeld toegang gekregen tot Smartschool vanuit de idee dat ouderbetrokkenheid een goede zaak is. Maar niemand stond erbij stil dat leerlingen van 17, 18 jaar er in hun groeiproces niet bij gebaat zijn dat ouders constant meekijken. Dat soort fouten willen we nu tot een minimum beperken.”

Tailormade

“Het onderwijs zal tailormade worden – op maat van de leerling – maar bepaalde kerntaken zullen overeind blijven. Technologie zal de leerkrachten niet vervangen, maar hen ondersteunen”, gelooft Schuer stellig. “De ‘school van morgen’ bestaat niet. De digitale transformatie zullen we geleidelijk aan met voortschrijdend inzicht realiseren, maar ik geloof niet in een louter digitale school. We zoeken momenteel trouwens nog gespecialiseerde medewerkers om deze transformatie te realiseren. Het gaat dan over IT’ers, maar er is ook nood aan medewerkers die het verhaal mee ondersteunen en scholen hierin opleiden. Er gaan nieuwe jobs ontstaan, zo zullen scholen bijvoorbeeld behoefte hebben aan een kwaliteitscoördinator die voldoende datageletterd is.”

Next article