Skip to main content
Home » Innovatie » Mijlpaal voor LRD Leuven: al 50 jaar de brug tussen wetenschap en maatschappij
Innovatie

Mijlpaal voor LRD Leuven: al 50 jaar de brug tussen wetenschap en maatschappij

Met dank aan
Met dank aan

Als één van de eerste tech transfer offices ter wereld legt KU Leuven Research & Development sinds 1972 de brug tussen wetenschap en toepassingen in de maatschappij. Hierdoor heeft het intussen al vijftig jaar een enorme impact op onze samenleving. Dubbelinterview met Paul Van Dun (algemeen directeur) en Koenraad Debackere (gedelegeerd bestuurder) van KU Leuven Research & Development.

Onze meer dan 150 spin-offs stellen vandaag rechtstreeks zo’n 7.000 medewerkers tewerk.

Hoe is KU Leuven Research & Development ooit ontstaan?

Debackere: “Begin de jaren 70 organiseerde toenmalig minister André Vlerick een missie naar de VS om daar de ontwikkelingen rond de universiteiten van Boston en Stanford te bekijken. Vanuit KU Leuven nam onder andere Jos Bouckaert hieraan deel. Na deze missie besliste de Belgische regering om universiteiten de mogelijkheid te bieden om wetenschapsparken op te richten. Tegelijk groeide het idee om ondersteuning te bieden bij de valorisatie van het onderzoek binnen de ingenieurswetenschappen. Zo ontstond in 1972 Leuven Research & Development, met Jos Bouckaert als eerste algemeen directeur. Al snel verzamelde zich hieronder een groep  van professoren die bij hun onderzoek rekening hielden en samenwerkten met de industrie, en breidden we onze activiteiten ook uit naar bijvoorbeeld de biomedische wetenschappen.”

Van Dun: “Dat was op zich zeer atypisch en dus helemaal niet evident in een tijd waarin ‘wetenschap’ niet mocht worden gecontamineerd door contacten met andere actoren. Leuven Research & Development was zelfs wereldwijd één van de eerste tech transfer offices.”

Op welke manieren doen jullie dat zoal?

Van Dun: “Het grootste deel van onze activiteiten bestaat uit het ondersteunen van allerlei samenwerkingen tussen onderzoekers en derden (bedrijven, ziekenhuizen, woonzorgcentra, ngo’s, overheden,…). Het soort van interacties is enorm divers: van kleine adviesopdrachten tot overeenkomsten die intussen al tientallen jaren lopen. Soms zijn enkel Leuvense onderzoekers betrokken, maar er kunnen ook meerdere onderzoekspartners zijn die ieder een deel van het werk op zich nemen. Ieder jaar sluiten we zo enkele duizenden nieuwe overeenkomsten. Een tweede activiteit is het oprichten van spin-offs. We begeleiden en coachen de initiatiefnemers, zoeken samen naar kapitaal, bieden ondersteuning bij het uitwerken van een businessplan, enz. Ten derde helpen we onderzoekers om hun onderzoeksresultaten te beschermen via intellectueel eigendom. Dat is in sommige domeinen zelfs een vereiste om investeerders aan te kunnen trekken. Tot slot ontwikkelen we wetenschapsparken in de regio rond Leuven en stimuleren we via ‘KU Leuven Kick’ student-ondernemerschap met allerlei ondernemingsplanwedstrijden, coachingsessies, begeleidingsoefeningen, enz.”

Welke innovaties hebben dankzij jullie werking zoal de weg gevonden naar de maatschappij?

Van Dun: “Deze bestrijken een zeer breed portfolio. KU Leuven staat zeer sterk op het vlak van gezondheidsinnovaties. Zo werd het wereldwijd meest gebruikte hiv-middel hier ontwikkeld, zijn diverse kankermedicijnen en middelen tegen koortsblaasjes afkomstig uit Leuven en werden de afgelopen jaren ook enkele middelen tegen epilepsie goedgekeurd. Op vlak van nieuwe materialen doen we het eveneens goed. Zo ontwikkelde REIN4CED een nieuw materiaal met de lichtheid van composiet en de sterkte van staal en werd hier het materiaal uitgevonden voor de destijds revolutionaire Cosmolite koffers van Samsonite. In het domein van ICT werken meer dan twee miljard smartphones, pc’s en online banking apps met Leuvense encryptiesoftware. In de veterinaire sector gebruikt men onze antivirale middelen en ook heel wat voedingsmiddelen zoals appels en rijst werden ontwikkeld of verbeterd dankzij onderzoek aan onze universiteit.”

Dankzij de zeer goede interactie tussen onze universiteit en de stad Leuven hebben we een sterk verweven regionaal ecosysteem kunnen uitbouwen.

Welke impact hebben jullie op de Leuvense regio?

Debackere: “Dankzij de zeer goede interactie tussen onze universiteit en de stad Leuven hebben we een sterk verweven regionaal ecosysteem kunnen uitbouwen. De bio-incubatoren en de vele spin-offs zijn daar alvast een goed voorbeeld van, maar er is ook de aanwezigheid van strategische onderzoekscentra zoals imec, Flanders Make en VIB Discovery Sciences. Daarnaast worden met onze medewerking volop nieuwe wetenschapsparken (onder meer Haasrode, Arenberg en Leuven Noord) ontwikkeld waar startende bedrijven de ruimte vinden om hun activiteiten te ontwikkelen en te laten groeien. Dat levert heel wat tewerkstelling op: onze meer dan honderdvijftig spin-offs stellen vandaag rechtstreeks zo’n zevenduizend medewerkers tewerk. Daarnaast fungeert ons ecosysteem als een aantrekkingspool voor investeerders die de groei van deze bedrijven kunnen financieren. Ook de verkiezing van Leuven tot Innovatiehoofstad van Europa in 2020 is het resultaat van die interactie. Tot slot zetten we ook graag onze schouders onder de duurzaamheidsambities van de stad Leuven.”

Hoe zien jullie de toekomst?

Debackere: “We zetten vandaag sterk in op de creatie van platformen en specifieke infrastructuren waar de samenwerking met (consortia van) bedrijven en academische onderzoeksgroepen (ook uit andere Europese universiteiten) een nieuwe boost krijgt. CD3 (Centre for Drug Design and Discovery) en TRANSfarm zijn daar alvast goede voorbeelden van. Ook de komende vijf à tien jaar zullen we die platformwerking verder uitbouwen om de brug te maken van wetenschap naar economisch-maatschappelijke toepassingen.”

Next article