Home » MVO » Zonne-energie: van financieel product naar ‘imagoverbeteraar’
Sponsored

Steeds meer Belgische bedrijven schakelen over op zonne-energie. Er zijn immers zowel duurzame, economische als strategische voordelen aan verbonden. Om hiermee een optimaal rendement te verkrijgen, doen ze dan wel best een beroep op een gespecialiseerde en onafhankelijke partner.

Tekst: Joris Hendrickx

Gesprek met:

avatar

Stefaan Van Eenoo

Managing director – Enervest

Waarin in Enervest gespecialiseerd?

“Enervest is in 1996 ontstaan in Duitsland en was destijds gespecialiseerd in het ontwikkelen en uitbaten van windparken. Sinds 2008 zijn we ook in België actief. Ook hier richtten we ons aanvankelijk op windenergie, later aangevuld met zonne-energie.”

“In 2014 verkochten we de winddivisie en hebben we ons als nichespeler verder gefocust op zonne-energie en enkele optimalisaties die daaraan verbonden zijn. In onze werking kan je ons best vergelijken met een vastgoedontwikkelaar. We zijn sterk in het commerciële, financiële en juridische domein. Voor het technisch uitvoerend werk doen we een beroep op gespecialiseerde aannemers.”

Welke diensten rond zonnepanelen bieden jullie concreet aan?

“Wat betreft nieuwe projectontwikkelingen zijn we actief in België, Nederland en Frankrijk. We kunnen dat doen voor bedrijven die hier zelf in willen investeren, maar we werken ook via ‘recht van opstal’. Dat laatste is een soort huurformule waarbij bedrijven hun daken ter beschikking stellen om onze zonnepanelen op te plaatsen.”

“Wij geven hen in ruil dan een vergoeding en een goedkopere stroomprijs. Familiebedrijven die eigenaar zijn van hun vastgoed investeren eerder zelf, terwijl multinationals vaker een offbalanceoplossing willen zoals ‘recht van opstal’. Onze referenties zijn verspreid over zowel kmo’s, grote lokale bedrijven als multinationals.”

“Daarnaast zijn we ook actief in operationele projecten, waarbij we overnames doen en projecten optimaliseren en/of herontwikkelen. Soms verhuizen we zelfs volledige projecten van locatie, bijvoorbeeld wanneer bedrijven verhuizen en de installatie op hun oude gebouwen nog goed renderen.”

Welke evoluties stellen jullie vast binnen de markt van zonnepanelen? En hoe spelen jullie daar op in?

“Sinds enkele jaren bieden we ook het beheer van zonneparken aan. Steeds meer bedrijven verwachten immers geïntegreerde services waarbij we meer doen dat het puur opleveren van een installatie. Het voordeel hiervan is dat we zo ook het businessplan kunnen bewaken. Indien een installatie niet het verwachte rendement haalt, kunnen wij dan meteen maatregelen nemen om het rendement alsnog te verhogen.”

In de beginjaren waren vooral de groenestroomcertificaten een belangrijke stimulans. Nu kiezen bedrijver steeds meer voor zonnepanelen omwille van de duurzaamheid. En dat mag een kostprijs hebben.

“Daarnaast bieden we ook energiemanagement aan. Zo bieden we sinds kort geïntegreerde oplossingen aan rond batterijopslag en laadpalen. Op die manier kunnen bedrijven hun elektrische wagens goedkoop opladen met de overschotten uit hun zonne-energie. Traditioneel werden deze overschotten verkocht aan energieleveranciers die deze opnieuw verkochten aan hun klanten. Omdat de wagens vaak echter op andere momenten worden opgeladen dan wanneer de stroom wordt opgewekt, plaatsen we een batterij tussen de zonnepanelen en de laadpalen.”

“Het energiemanagement is ook een antwoord op de steeds complexer wordende energiehuishouding van bedrijven. We connecteren bijvoorbeeld met een gebouwbeheersysteem en andere productiefaciliteiten (wind, warmtekrachtkoppeling, biomassa,…). Deze moeten allemaal optimaal en geïntegreerd kunnen samenwerken.”

“Ons voordeel in dat opzicht is dat we een onafhankelijke ontwikkelaar zijn. Bedrijven kiezen dus vaak bewust voor ons omdat ze niet gebonden willen zijn aan één leverancier. Voor ieder aspect van hun energiehuishouding kunnen ze dan vrij kiezen.”

Wat zijn voor bedrijven de belangrijkste drijfveren om te kiezen voor zonne-energie?

“Zonne-energie is geëvolueerd van een financieel product naar een middel om het imago te verbeteren. Duurzaam is het uiteraard ook altijd geweest, maar in de beginjaren waren toch vooral de groenestroomcertificaten een belangrijke stimulans. Nu kiezen bedrijver steeds meer voor zonnepanelen omwille van de duurzaamheid. En dat mag een kostprijs hebben.”

“Het bewustzijn van bedrijven over hun ecologische voetafdruk is de laatste jaren sterk toegenomen. Daarnaast beseffen ze dat ook hun klanten dat van hen verwachten én is het een manier om jong talent aan te trekken.”

Zonnepanelen kostten vroeger 6.000 euro per kilowattpiek. Nu is dat nog slechts 600 euro per kilowattpiek. Een tiende dus.

“In het kielzog van de grote bedrijven die deze evolutie trekken, volgen nu ook de kmo’s. Ook zij investeren nu veel meer zelf in vergelijking met vijf jaar geleden. Zonnepanelen kostten vroeger 6.000 euro per kilowattpiek. Nu is dat nog slechts 600 euro per kilowattpiek. Een tiende dus. Dat gigantische verschil maakt het voor kmo’s nu veel beter haalbaar om hier rechtstreeks in in te investeren. Het aantal projecten met ‘recht van opstal’ is bijgevolg sterk gedaald in de kmo-markt. Zo’n 70% zijn nu eigen investeringen.”

“Een bijkomende motivator is de sterk stijgende prijs voor elektriciteit van het net. Ook dat zorgt voor een versnelling in de markt van zonnepanelen. Zo kan men zelf stroom produceren zonder nog afhankelijk te zijn van de activiteiten op de energiemarkt. Zonne-energie is betrouwbaar, gratis en transparant.”

Hoe verwacht u dat de markt van de zonnepanelen in de nabije toekomst zal evolueren?

“We kregen het voorbije jaar ieder kwartaal meer projectaanvragen, ook voor volgend jaar al. Veel bedrijven willen tegen 2020 bepaalde doelstellingen gehaald hebben die ze in het kader van hun duurzaamheidspolitiek hebben vooropgesteld. Dat is dus zeker positief voor de markt van de zonnepanelen.”

“De investeringskost van zonnepanelen zal het komende jaar nog licht dalen, maar uiteraard niet meer in de grootorde van de voorbije tien jaar. De subsidies voor zonnepanelen zijn de afgelopen jaren al geleidelijk aan afgebouwd. Tegen 2021 zullen we die mogelijks ook niet meer nodig hebben om een installatie rendabel te krijgen. Uiteraard is dat voor onze sector ook het doel. Hoe sneller we daarin slagen, hoe beter voor de markt.”

Next article