Skip to main content
Home » Life Sciences » Digitaal panel: belang van vrouwen in STEM-sectoren
Women in STEM

Digitaal panel: belang van vrouwen in STEM-sectoren

Hoe kunnen we meer evenwicht krijgen in het aantal vrouwen dat aan de slag is in STEM-sectoren, inclusief de topfuncties? En welke meerwaarde biedt dat? Vijf experts geven hun mening tijdens een online expert panel.

Tekst: Joris Hendrickx

Deelnemers

⚙️ Tineke Van hooland: Vice-Secretaris Generaal Bio.be, President NAC bij EuropaBio en Founder & CEO van Epic10

⚙️ Martine Taeymans: Directeur Marketing & Communicatie VOKA

⚙️ Stephane Berghmans: CEO Technopolis

⚙️ Ilse Ooghe: Algemeen Directeur RVO-Society (Brightlab en Scivil)

⚙️ Eline Van Moortel: Head of Engineering International Sites GSK Vaccines


Waarom is het zo belangrijk om (meer) vrouwen te betrekken in STEM-sectoren?

Van Moortel: “Meer vrouwen in STEM-sectoren zijn een noodzaak, een meerwaarde en een evidentie. Het is noodzakelijk omdat een gigantisch aantal vacatures in onze sector blijft openstaan. Wanneer vrouwen deel uitmaken van een innovatietraject kunnen zij bovendien een extra perspectief bieden dat enkel maar een meerwaarde kan zijn. Ten slotte is het gewoon ook een evidentie omdat vrouwen de primaire consumenten en beslissingsnemers zijn in de gezondheidsmarkt. Maar ze vertegenwoordigen ook de helft van de werkkrachten en de wereldbevolking.”

Taeymans: “We staan voor tal van maatschappelijke uitdagingen en transformaties. Door mee te werken aan de oplossingen hiervoor kunnen meisjes en vrouwen mee een impact hebben en vooral ook carrièrekansen grijpen.”

Berghmans: “Er is geen verschil tussen de STEM-capaciteiten van jongens en meisjes. Er wordt wel eens gesproken over een mannelijke (dominante) en vrouwelijke (participatieve) aanpak, maar eigenlijk hebben beide geslachten dat in zich. Het komt er vooral op aan om voor de juiste situatie de juiste aanpak te kiezen.”

Van Hooland: “De STEM-sectoren zijn de steunpilaar voor de Belgische economie, en hun belang neemt zelfs nog toe, ook in Europa. Met slechts 3% van de populatie en het BBP in Europa, springt de Belgische biotech-sector erbovenuit en zorgt zij voor 9% van de toegevoegde waarde, 12% van de R&D uitgaven en 13% van de export.”

“Vrouwen maken momenteel zo’n 30% uit van de werknemers in life sciences en chemie. Over alle sectoren heen is dat gemiddeld 23%. We doen het dus niet slecht, maar de voorbije 10 jaar zijn we wel maar 1% gestegen. De Vlaamse STEM-monitor toont aan dat de instroom van meisjes in STEM-richtingen in het ASO goed is, maar voor technische of beroepsrichtingen blijft het helaas nog beperkt.”


Hoe belangrijk zijn vrouwelijke rolmodellen?

Ooghe: “Vrouwen die een prominente rol opnemen in STEM-sectoren zijn meteen rolmodellen voor jonge meisjes. We kunnen hen niet vroeg genoeg tonen wat mogelijk is. Er is nog veel werk in de 2e en 3e graad van het TSO en BSO, maar eigenlijk start het al in het lager onderwijs en de 1e graad van het secundair. Ook in het basisonderwijs zouden de eindtermen daarop aangepast moeten worden.”

Taeymans: “Rolmodellen zijn de belangrijkste manier om jonge meisjes aan te moedigen om te kiezen voor STEM-richtingen. Op de tweede plaats staan leerkrachten. Toch zijn STEM-leerkrachten vaak nog mannen. Op de derde plaats staan STEM-organisaties zoals Technopolis en Brightlab (een STEM-initiatief van RVO-Society). We zien helaas wel dat veel meisjes die in de eerste graad van het secundair voor STEM-richtingen kiezen uiteindelijk toch afhaken vanaf de tweede graad. Naast hen zo vroeg mogelijk stimuleren moeten we hen dus ook blijven motiveren om vol te houden.”

Ooghe: “Veel jonge meisjes dromen ervan om juf te worden. Vrouwelijke leerkrachten in het lager onderwijs hebben daarom een enorme verantwoordelijkheid, ook als STEM-rolmodel. De manier waarop zij omgaan met STEM-projecten en in welke mate zij in staat zijn om STEM-talenten te spotten en gericht te cultiveren is cruciaal. We moeten leerkrachten basisonderwijs vertrouwen geven dat zij ook aan STEM kunnen doen. Dat proberen we nu uit met enkele STEM-trajecten speciaal hierop gericht.”

Van Hooland: “Er is nog te weinig besef bij jongeren welke positieve impact zij dankzij STEM-studies later kunnen hebben op hun medemensen, de planeet en onze welvaart. Dat zou hen nochtans heel erg kunnen motiveren. Essenscia en Vlajo zullen vanaf 2022 met het project ‘STEMfluencers’ rolmodellen uit het bedrijfsleven voor de klas brengen.”

Berghmans: “Meisjes zullen sneller kiezen voor een STEM-studie wanneer ze het maatschappelijk belang ervan inzien. Bij het aanreiken van rolmodellen is het belangrijk dat zij niet enkel praten over hun bedrijf, maar ook over zichzelf. Waarom hebben zij gekozen voor een bepaalde studie? En hoe dragen zij bij aan een bepaalde oplossing?”

Taeymans: “Werkgevers moeten op een laagdrempelige manier uitleggen hoe je door voor hen te werken kan bijdragen aan een beter milieu. Ze moeten dat niet enkel op zich doen, maar ook via overkoepelende samenwerkingen op bv. sectoraal niveau. Ook voor leerkrachten geldt dat zij voor het warm maken van jongeren een beroep kunnen doen op tal van hulplijnen en organisaties zoals Brightlab en Technopolis.”

Van Moortel: “Er is een grote nood bij jongeren om te weten wat mogelijk is en waar zij zelf aan kunnen meewerken dankzij een STEM-richting. Daarnaast moet ook zeer duidelijk worden gemaakt dat het niet enkel is weggelegd voor mannen én dat ze ondersteund worden, bv. door opleidingen, om bepaalde rollen op te nemen.”


Welke ondersteuning is er nodig om vrouwen alle kansen te geven tijdens hun carrière?

Berghmans: “Er werken al heel wat vrouwen in STEM-sectoren, maar ze zijn helaas wel nog ondervertegenwoordigd in de hogere functies. Er is vaak de misvatting dat voor dat soort van functies typisch dominant mannelijk gedrag nodig is. Dat is niet zo, integendeel. Leiderschap wordt steeds meer participatief.”

Van Hooland: “Evenwaardigheid gaat over gelijke kansen krijgen. Maar vrouwen moeten die kansen dan ook wel grijpen. Daar hebben we ook mannen voor nodig, zeker in het topmanagement. Zij dienen open te staan voor vrouwen in dergelijke functies, hen te stimuleren en ook alle kansen te bieden om carrière te maken, bv. door flexibele uren of ondersteunende diensten (bv. kinderopvang, strijkdienst,…) aan te bieden. Daarnaast moeten we ook in productieomgevingen het aandeel van vrouwen verhogen door het voor hen aantrekkelijker te maken. Nu wordt het nog te vaak gezien als een harde sector. Werken in shifts biedt echter ook een zekere flexibiliteit.”

Taeymans: “In de ICT-sector hebben we de ‘ICT Woman’ en ‘Young ICT Lady’ of the Year waardoor al tal van rolmodellen een forum hebben gekregen. Dat soort van initiatieven zou ook in anderen sectoren nog meer moeten gebeuren. Er zijn immers goede voorbeelden genoeg.”

Van Moortel: “In een recente thesis onderzocht ik verschillende hypotheses waarom er zo weinig vrouwelijke ingenieurs in het topmanagement zitten en waarom zij hun job en het bedrijfsleven verlaten. Inclusiviteit is niet enkel vrouwen uitnodigen voor het feest, maar hen ook uitnodigen om te dansen.”

Berghmans: “Ik ben een grote voorstander van flexibel werken. Rolmodellen starten immers thuis. Zo kan ook de papa de kinderen naar school doen en huishoudelijke taken op zich nemen. Als een dochter dat ziet zal ze dat ook sneller verwachten van haar latere partner.”

Van Moortel: “Moderne werkgevers maken werk van diversiteit en inclusie. Maar het start eigenlijk al bij de rekrutering. GSK biedt pas afgestudeerden de mogelijkheid om via een ‘Future Leader Program’ gedurende twee jaar te proeven van verschillende functies en vervolgens een richting te kiezen. We zorgen daarbij voor een juiste balans tussen jongens en meisjes. Maar ook verder in de carrière stimuleren we hun ontwikkeling door bepaalde competenties en coaches aan te reiken. We hebben zelfs een specifieke community voor vrouwelijke leiders die elkaar helpen om uitdagingen aan te gaan.”

Ooghe: “Een gemeenschappelijke en consequente taal rond STEM-competenties zou kunnen helpen om duidelijker te maken waar het eigenlijk over gaat. Dat kan dan van het bedrijfsleven doorstromen naar het onderwijs, en vervolgens naar de ouders. Zo wordt het makkelijker om bepaalde talenten te ontdekken.”

Van Hooland: “Ook mensen die al werken zouden moeten worden overtuigd om via om- of bijscholing te profiteren van de vele jobopportuniteiten in STEM-sectoren.”


Kunnen quota zinvol zijn?

Berghmans: “Om échte verandering te bekomen lijkt het mij noodzakelijk. Quota helpen om een bepaald doel voorop te stellen en te bereiken. We moeten dus verder gaan dan gewoon de juiste persoon op de juiste positie te zetten. Bij bv. gelijkwaardige profielen moet misschien dan eerder de vrouw worden gekozen. Die quota moeten dan wel in twee richtingen werken. Voor jobs waar nu meer vrouwen actief zijn moeten mannen de voorkeur krijgen.”

Van Moortel: “Ik zou het vreselijk vinden om te worden gekozen omdat ik een vrouw ben. Ik zie mezelf als individu verantwoordelijk voor mijn succes of falen. Anderzijds besef ik dat als we in de jaren ’80 quota zouden hebben gehad, we vandaag deze discussie niet meer hoefden te voeren. Om een verandering te verwezenlijken heb je een bepaald percentage van andersdenkenden nodig. Met één of enkele vrouwen kan je een cultuur of management board niet veranderen.”

Taeymans: “Quota kunnen leiden tot kunstgrepen om dat doel te behalen, en dan zou ik me als vrouw gebruikt voelen. Wel ben ik een voorstander van een harde KPI die kan worden opgevolgd om het bewustzijn te laten groeien. Als er in een bestuurskamer significant minder vrouwen dan mannen zijn, dan moet daar echt iets aan worden gedaan. Daarnaast moeten vrouwen hun ambities ook echt durven tonen en kenbaar maken. Dan zullen ze al een heel eind verder komen.”

Van Hooland: “Ik ben persoonlijk geen voorstander van quota, maar stel wel vast dat de verplichting voor beursgenoteerde bedrijven om minstens een derde vrouwen te hebben in hun raad van bestuur zijn effect heeft. Toch mag het geen alleenstaande maatregel zijn. Het is daarnaast aan de vrouwen om te werken aan hun persoonlijke vaardigheden en hun netwerk. Ze moeten ook proberen om zelf een rolmodel te zijn voor anderen. Ook de mannen binnen het bedrijf dienen overtuigd te zijn hiervan.”

Ilse Ooghe: “Ik begrijp het belang van quota’s. Niet enkel voor vrouwen maar in het algemeen voor minderheden. Maar er is geen enkele vrouw die een positie wil krijgen om aan quota te voldoen. Dus de manier waarop je er mee omgaat is heel belangrijk. Ik weet niet of voor dit interview een quota was voorzien maar ik vind de inbreng van mijn mannelijke collega Stéphane zeer verrijkend.”

Berghmans: “Omgekeerd kan het misschien ook leerrijk zijn voor mannen om eens niet gekozen te worden omdat ze een man zijn. Om iets drastisch te veranderen moet er ook iets drastisch gebeuren. Quota kunnen trouwens voor mij al starten vanaf de instromende studies omdat er dan een evenwicht ontstaat van mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt. Een ander goed voorbeeld zien we in de politiek: quota hebben ervoor gezorgd dat we daar vandaag een goed evenwicht hebben van mannen en vrouwen. En dat is absoluut een meerwaarde.”

Next article