Skip to main content
Home » News » Lokale bieren en kazen zetten in op duurzame landbouw en productie
Duurzaamheid

Lokale bieren en kazen zetten in op duurzame landbouw en productie

Chimay abdij
Chimay abdij

De productie van trappistenbieren en -kazen biedt enorm veel mogelijkheden op het vlak van ecologische, sociale én economische duurzaamheid. Meer uitleg door Fabrice Bordon, Brand Ambassador bij Chimay.

Tekst: Joris Hendrickx

Fabrice Bordon

Brand Ambassador – Chimay

 “In 1850 bouwde een groep van zeventien monnikken uit Westvleteren op vraag van de toenmalige prins van Chimay een abdij op het plateau van Scourmont. Hiervoor kregen ze de hulp van omwonenden. Voordien bevonden zich daar enkel bossen en weilanden. Het doel was om de landbouw en de economische ontwikkeling van dit gebied te bevorderen en zo werkgelegenheid te creëren in de arme regio rond Chimay. Hiervoor kregen ze van de prins 350 hectare grond die ze al snel vruchtbaar wisten te maken.”

“Op basis van hun brouwervaring in de abdij van Westvleteren startten de monniken in 1862 met de productie van hun eerste eigen trappistenbier. De monniken beschikten ook over zo’n vijftig melkkoeien en begonnen op basis van die melk boter te maken. De eerste kaas werd gefabriceerd in 1876. Intussen was de abdij al gegroeid naar tachtig monniken die iedere dag werkten in de velden en bossen rond de abdij. Door die groeiende gemeenschap hadden ze steeds meer melk nodig en begonnen ze deze aan te kopen bij de boeren in de regio.”

Positieve impact op werkgelegenheid en landbouwsector

“Tot op vandaag stellen de trappisten met de productie van hun bieren en kazen tweehonderd mensen rechtstreeks tewerk. Daarmee zijn ze de grootste werkgever in de regio ten zuiden van Charleroi. Daarnaast zijn er ook de vele indirecte banen. Maar liefst 250 boerderijen in een straal van veertig kilometer rond de abdij leveren lokale melk aan voor de productie van de Chimay kazen. Jaarlijks neemt de abdij bijna tien miljoen liter melk af bij deze boeren, die verwerkt wordt tot duizend ton kaas. Voor één kilogram Chimaykaas is immers tien liter koeienmelk nodig.”

Maar liefst 250 boerderijen in een straal van veertig kilometer rond de abdij leveren lokale melk aan voor de productie van onze kazen.

“Een van de restproducten van het brouwen van bier – de bostel – wordt aan een eerlijke prijs als veevoeder opnieuw verkocht aan de landbouwers uit de streek. Dankzij deze bostel en de uitstekende graasweides produceren de koeien uit de streek een kwaliteitsvolle melk. Maar we werken ook aan project waarbij we deze bostel deels zullen kunnen verwerken in kleine crackers om te degusteren bij het bier. Naast de abdij zullen we volgend jaar bovendien een volledig functionerende bio boerderij openen die veertig mensen met een lichte handicap tewerkstelt. Zij zullen worden omkaderd door twintig andere werknemers.”

Volgens de regels en filosofie van de trappisten

“Om het label van ‘trappistenbier’ en ‘trappistenkazen’ te verkrijgen, moeten deze binnen de muren van een klooster worden geproduceerd, onder de volledige controle en supervisie van de monniken. Volgens de regels van de Internationale Vereniging Trappist (IVT) gaat maar liefst 90% van onze opbrengsten naar sociale hulpverlening. Daaronder verstaan we hulp aan de bevolking en bedrijven in moeilijkheden uit de regio rond Chimay. Maar we ondersteunen ook jonge lokale ondernemers en voorzien lokale scholen en kinderopvangcentra van uitrusting. De andere helft van de opbrengsten gaat naar andere abdijen van onze orde die daar nood aan hebben om te overleven. Daarnaast doneren we ook aan stichtingen die aan internationale hulpverlening doen. Tot slot gebruiken we 10% voor het onderhoud van onze eigen abdij.”

Natuurlijke bronnen in stand houden

“Naast een belangrijk menselijk aspect zet Chimay ook zijn beste beentje voor om de planeet en haar bronnen in stand te houden. Toen de monniken van Chimay in 1850 neerstreken op de Mont du Secours werkten ze met hart en ziel om hun natuurlijke bronnen op een duurzame manier in stand te houden. Dat doen ze vandaag nog steeds op allerlei manieren (zuiveringsstation, beschermde zones rond de abdij, windturbineprojecten, zonnepanelen, pelletkachel, isoleren van gebouwen,…). De volledige abdij en het hotel worden hoofdzakelijk verwarmd door recuperatie van de warmte die bij het brouwproces vrijkomt.”

“In 2012 bleken onze resultaten boven de verwachtingen te liggen. De uitstoot van broeikasgassen is met maar liefst 44,3% gedaald en de energie-efficiëntie-index is met 34,6% gestegen. Chimay is een van de beste leerlingen van Wallonië. In 2013 zetten we daarom onze schouders onder een tweede energiebeleidsovereenkomst (Branche II). Tegen 2020 willen we onze energie-efficiëntie-index (EEI) met 21% verhogen en onze uitstoot van broeikasgassen met 30% laten dalen ten opzichte van 2005. We kunnen nu al zeggen dat de resultaten veelbelovend zijn.”

Duurzaam waterbeheer

“Het water dat we gebruiken voor de productie van bier is afkomstig van twee waterputten op het grondgebied van de abdij. Dat water bepaalt dus de kwaliteit en smaak van ons bier. Daarom bewerken we onze velden zonder gebruik te maken van pesticiden of chemische producten. Dat is meteen ook goed voor het milieu. Het water dat tijdens het brouwproces van de bieren van Chimay vrijkomt, wordt vervolgens opgeslagen in drie putten in de abdij van Scourmont. Het afvalwater wordt in een zuiveringsstation van de abdij behandeld en afgevoerd naar de Wartoise.”

Grote investeringen in vermindering van voetafdruk

“Elk jaar investeert de brouwerij tussen drie en vijf miljoen euro in materiaal en gebouwen (nieuwe centrifuges,…) om haar energie-efficiënte te verhogen. Dit jaar opent Bières de Chimay zijn gloednieuwe bottellijn in een splinternieuwe hal van 4.000 vierkante meter met 1.200 zonnepanelen op het dak. Voor Horizon 2020 werken we ook aan een windturbineproject. Zo zal de brouwerij voor 70% haar eigen elektriciteit produceren. De kaasmakerij blijft niet achter met een jaarlijks budget tussen 300.000 en 500.000 euro. De productiesite wordt momenteel volledig gerenoveerd en zou tegen 2022 klaar moeten zijn. Ook dat zal op termijn een positieve invloed hebben op de ecologische voetafdruk van het bedrijf.”

Next article