Home » Smart Cities » [debat] Wat is nodig om tot een slimme stad te komen?
Smart Cities

[debat] Wat is nodig om tot een slimme stad te komen?

“De burger is een bron én een consument van data”

Dat onze steden op vele vlakken moeten transformeren om slimmer, veiliger en duurzamer te kunnen worden, staat vast. Maar wat zal daarin de rol zijn van technologie, bedrijven, overheden en – niet te vergeten – de burger? Bart Somers, viceminister-president van de Vlaamse regering, gaat in gesprek met vier experten uit het bedrijfsleven.

Hoe kunnen slimme mobiliteit en laadinfrastructuur binnen smart cities bijdragen aan de duurzame doelstellingen in onze maatschappij?
Bart Somers.

Bart Somers,vViceminister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Binnenlands Bestuur en Bestuurszaken: “We staan voor een enorme klimaat- en energiecrisis. Een deel van de oplossing hiervoor is het zo snel mogelijk elektrificeren van ons wagenpark. De Vlaamse regering heeft beslist om vanaf 2029 enkel nog de verkoop van elektrische nieuwe wagens toe te laten. We zijn daarmee een voorloper in Europa. De federale overheid heeft bovendien vastgelegd dat vanaf 2026 enkel nog elektrische bedrijfswagens fiscaal aftrekbaar zullen zijn. Zo’n maatregelen geven een ongelofelijke boost aan de omslag. Maar we dienen er als overheid ook voor te zorgen dat er voldoende laadinfrastructuur is.”

“Tegen 2030 moeten we 99.000 laadpunten hebben. Ikzelf heb met bijna alle Vlaamse steden en gemeenten een pact gesloten met een hele reeks ecologische doelstellingen. Eén daarvan is dat we tegen 2030 een laadpunt per honderd inwoners willen bekomen. We trachten wetenschappelijk te onderbouwen welke daar de beste locaties voor zijn en zoeken vervolgens private partners die deze laadinfrastructuur kunnen realiseren. Er wordt al een grote inspanning geleverd om op onze snelwegen elke 25 kilometer een snellader te voorzien. Maar er is ook de bijkomende ambitie om over heel Europa duizend snelladers te installeren.”

Annie Pinxten: “In het zoeken naar zulke duurzame oplossingen is het belangrijk dat we het maatschappelijk belang goed in het oog houden en kijken hoe we alles zo efficiënt mogelijk kunnen maken voor de burgers en ondernemers. Misschien moeten we in dat kader nog sneller kijken of de data die daardoor wordt gegenereerd, kan worden uitgewisseld en geconnecteerd voor andere nieuwe toepassingen. Zo kunnen we de burgers en ondernemers veel sneller meekrijgen en begeleiden van, naar en in een stad.

Christophe Lemaitre: “Met mijn bedrijfslaadpas kan ik helaas één op de vier laadpalen niet gebruiken. Er is dus een grote nood aan interoperabiliteit, net zoals we dat reeds kennen in de telecomsector. Dat zou de adoptie enorm kunnen versnellen.”

Caro De Brouwer.

Caro De Brouwer, Director Network Development Fastned: “In de transitie naar een duurzame mobiliteit is het erg belangrijk dat men de burger helpt, zodat de beslissing eenvoudiger wordt. In dat kader moeten er zeker in de steden voldoende laadpalen zijn. Daarnaast zijn snellaadhubs langs de snelwegen en nabij de steden nodig, waar je in slechts tien minuten voldoende kan laden voor enkele honderden kilometers. Op die manier krijg je met je EV opnieuw de vrijheid die je verwacht van een persoonlijk vervoersmiddel. Als je op elk moment wil kunnen gaan waar je wil, dan moet je er ook op kunnen vertrouwen dat je op elk moment kan laden waar en wanneer je wil. Interoperabiliteit is daarbij superbelangrijk.”

“Om de impact op de stedelijke omgeving te minimaliseren, moeten we wel streven naar een gezond evenwicht tussen parkeerladen en hubladen. Bij een parkeerlader wordt gedurende een hele dag een parkeerplaats ingenomen, terwijl een snellaadhub met bijvoorbeeld twaalf laadpunten dagelijks meer dan zeshonderd voertuigen volledig kan opladen.”

Bart Somers: “Laden moet inderdaad heel eenvoudig worden. De systemen moeten daarvoor op elkaar worden afgestemd. We zullen dit op Europees niveau moeten organiseren. Elke laadpaal die momenteel wordt gezet, is positief, maar we komen wel stilaan in een fase waarin we het meer gestructureerd moeten aanpakken. Niet iedere laadpaal staat optimaal. Daarom werkt mijn collega Lydia Peeters aan potentieelkaarten die aangeven waar laadinfrastructuur het best kan worden geplaatst in een stad.”

Hoe kunnen we best omgaan met de enorm snelle evolutie van de technologie?

Bart Somers: “We mogen niet wachten met laadinfrastructuur te installeren. Het kan inderdaad dat toestellen die nu geplaatst worden binnen vijf jaar al gedateerd zullen zijn, maar we moeten er toch voor gaan. We moeten ook inzetten op deelmobiliteit. Eén deelwagen haalt acht private wagens van de baan. Zo komt publieke ruimte vrij die anders kan worden ingevuld. Eén op de vier van die deelwagens in Vlaanderen is al elektrisch, terwijl dat bij private wagens nu nog minder dan 4% is. Maar het kan snel gaan: in het Vlaams Parlement was er een discussie over laadkabels over de stoep en diezelfde week bedacht een Hasselaar een gevellaadpaal met uitklapbare laadarm voor geparkeerde wagens, zodat voetgangers niet gestoort worden. We moeten een beroep doen op de innovatiekracht van mensen.”

De overheid kan niet alle innovaties en vernieuwingen zelf uitdenken. We moeten dus absoluut onze samenleving, onze kennisinstellingen en ons economisch veld mobiliseren.

Bart Somers

Caro De Brouwer: “Bij onze opstart tien jaar geleden verklaarde men ons gek dat we 50 kW palen wilden installeren langs de snelwegen. Geleidelijk aan hebben we ons netwerk echter vernieuwd met snellere laders. De overheid moet daar ook op die manier mee omgaan. Ze moet een coördinerende rol opnemen in de uitgifte van locaties waar de activiteit van laden mag worden uitgebaat. De uitbaters hebben er dan enkel maar baat bij om snellere infrastructuur te installeren wanneer die beschikbaar is, want dan kunnen ze ook meer omzet draaien. Dé uitdaging zijn potentieelkaarten voor snelladen. Het gaat daarbij immers over een verkeerstrafiek en niet over parkeren. Klanten blijven er maar tien minuten, dus men moet er net zoals bij een klassiek tankstation vlot kunnen in- en uitrijden. Bovendien gaat het om hubs waar meerdere snellaadpalen gegroepeerd staan, zodat er altijd eentje vrij is en er een vlotte doorstroom is. Maar dat vraagt wel om ruimte.”

Bart Somers: “In dat kader kunnen er in een slimme stad afspraken worden gemaakt met parkeerbedrijven, winkelcentra en grote winkels. Zij hebben er allen baat bij om dat verkeer naar hen te trekken.”

Annie Pinxten.

Annie Pinxten, Operations Manager Cronos Public Services: “Nieuwe technologieën en innovaties zullen alles nog sneller en accurater maken. Zo zullen zij helpen om de gedragsverandering bij iedereen nog meer te stimuleren. Door bijvoorbeeld vrije parkeerplaatsen in kaart te brengen en vooraf een plaats te laten reserveren kan veel sluipverkeer worden vermeden. Ook wagens die te lang geparkeerd staan op een laadplek kunnen gedetecteerd worden om ze meer te laten betalen of een te boete geven. Dat zal alles veel efficiënter maken. We moeten met zijn allen openstaan voor vernieuwing en het langetermijnperspectief voor ogen houden. Interoperabiliteit is een absolute must: deze moet open zijn, op elkaar worden afgestemd en alles moet makkelijk kunnen worden geconnecteerd. Daarnaast moeten we verder kijken dan de slimme steden en door heel Vlaanderen heen iedereen meekrijgen.”

Bart Somers: “In dat kader hebben we ‘Smart Flanders’ opgericht. Het thema van smart cities is te lang in de gadgetsfeer blijven hangen, denk bijvoorbeeld aan apps die slechts een handvol mensen bereikten en geen impact hadden. ‘Smart Flanders’ is een netwerk van dertien Vlaamse steden en de Vlaamse Gemeenschapscommissie die afspraken proberen te maken rond open data, minimale standaarden, het met elkaar laten praten van systemen, enz. Ook de ontwikkeling van een Vlaamse Open City Architectuur of VLOCA speelt daarin een rol. Opschaling is zeker nodig.”

Caro De Brouwer: “Nieuwe elektrische wagens zijn in feite een fantastisch gadget: het zijn rijdende computers geworden die heel wat data ontvangen over welke laadpunten of parkeerplaatsen vrij zijn, welke de beste route is, enz. Ze communiceren voortdurend met elkaar.”

Christophe Lemaitre.

Christophe Lemaitre, Product Owner Connected Devices Telenet Business: “EV’s bevatten bovendien heel wat sensoren die zeer nuttige informatie verzamelen – bijvoorbeeld over regenval – die ook door anderen kan worden gebruikt. Zo moeten zij niet nog eens apart investeren in sensoren. We moeten af van het kerkhof aan smartcityprojecten waarbij er té veel werd geïnvesteerd in sensoren en te weinig in echte use cases: we moeten meer doen met de data die er al is. Standaardisatie van hoe data uitgewisseld kunnen worden tussen verschillende partijen – GDPR-compliant uiteraard – zal essentieel zijn om daadwerkelijk toegevoegde waarde te creëren.”

Wat kan de rol van de burger zijn in een smart city?

Christophe Lemaitre: “De burger maakt deel uit van de quadruple helix. Het is die burger die maakt dat je use case werkt of niet.”

Bart Verhaert: “De burger is een bron én een consument van data. Wagens, veiligheidscamera’s, smartphones en woningen produceren heel wat data. Tegelijk bepaalt hij als consument wat voor hem belangrijk is. De burger heeft dus een centrale plaats.”

Bart Somers: “Een mooi voorbeeld van de burger als bron van data is Curieuzeneuzen. Tienduizenden Vlamingen namen hier aan deel. Of er is Leuven.cool, dat het stedelijke hitte-eilandeffect onderzoekt. In Mechelen werd een app ontwikkeld waarmee de fietsroutes naar de scholen in kaart werden gebracht, wat het voor ons als stad mogelijk maakte om de veiligheid te verbeteren en prioriteiten te stellen. Burgers kunnen dus een bron van informatie zijn, maar ook een actor die we kunnen mobiliseren om zich in te zetten voor het gemeenschappelijke belang.”

Caro De Brouwer: “Slimme ecosystemen moeten de technologie overschrijden en de customer experience dient centraal te staan. Zo ook voor laadpalen: je kan de beste laadpaal installeren, maar als dat gebeurt op een plek waar niemand komt, zal hij niet worden gebruikt.”

Slimme ecosystemen moeten de technologie overschrijden: de customer experience dient centraal te staan.

Caro De Brouwer

Bart Somers: “Ik zie alvast een positieve bereidheid bij veel mensen om mee te werken. Uiteraard moet een overheid ook het collectieve belang verdedigen en richting geven. Dat vergt moed, want er is regelmatig weerstand tegen vernieuwingen en ingrepen om een stad slimmer te maken.”

Caro De Brouwer: “Het komt er vooral op aan om er te zijn voor mensen, hen verder te helpen bij problemen of vragen, en hen zo het gevoel te geven dat je het voor hen doet. Zo wordt de nieuwe technologie al meteen heel wat minder eng.”

Annie Pinxten: “We mogen niet vergeten dat de technologie op zich niet het doel is, het is een hulpmiddel waar ook nieuwe afspraken rond moeten worden gemaakt. De technologie evolueert heel snel, dus we moeten ervoor zorgen dat alles met elkaar kan blijven spreken en eenvoudig toegankelijk is voor de burger.”

Hoe kunnen we de veiligheid garanderen?

Bart Somers: “We moeten bij nieuwe technologieën waakzaam zijn over de privacy en veiligheid. Er kan immers ook misbruik van worden gemaakt. Om een draagvlak te creëren, moeten er dus duidelijke regels zijn.”

Bart Verhaert.

Bart Verhaert, Director Pre Sales & Product Management BU Technology Securitas: “Europa heeft heel wat wetgevingen (GDPR, de privacywetgeving en de camerawet) die garanderen dat wij als burgers eigenaar blijven van onze persoonlijke data. Weinigen beseffen het, maar bij iedere veiligheidscamera op publiek domein kan je zien van wie die is, wie toegang heeft tot de data en wat ermee gebeurt. Na dertig dagen wordt alle data bovendien vernietigd. Dat kader zorgt er dus voor dat onze privacy gerespecteerd wordt en zelfs voorop staat. In België worden jaarlijks zo’n 200.000 veiligheidscamera’s geïnstalleerd. Hiermee worden gigantische hoeveelheden data geproduceerd. Eén van de grote uitdagingen is om uit al die beelden geanonimiseerde data te halen, deze te collecteren en ter beschikking te stellen van private of publieke partijen. Er lopen alvast enkele zeer interessante projecten om deze concreet toe te passen voor specifieke use cases. Zo zouden voor mindervaliden hindernissen in de stad in kaart kunnen worden gebracht zodat zij sneller en veiliger op hun bestemming geraken. Ook de data van slimme meters zou ter beschikking kunnen worden gesteld van een datanutsbedrijf om daar dan use cases mee te realiseren. Maar uiteraard is de veiligheid van dit alles erg belangrijk. Er zijn zeer veel controlefuncties van toepassing op de verwerking van camerabeelden die de privacy van de burger garanderen.”

Bart Somers: “In 2000 kende Mechelen de hoogste criminaliteitsgraad van Vlaanderen, terwijl we vandaag één van de veiligste steden zijn. We hebben hier dan ook heel hard op ingezet via preventie, maatschappelijke cohesie, een versterking van de politie en zeker ook camera’s. Het is een sluitstuk van een totaalbeleid. Sluipverkeer, vandalisme en sluikstorten zijn anders moeilijk te bestrijden. Camera’s zijn op zich geen wondermiddel, maar het staat wel vast dat in die twintig jaar honderden criminele feiten niet hadden kunnen worden opgelost zonder de aanwezigheid van een cameranetwerk in onze stad. Uiteraard dient dat te gebeuren met respect voor de privacywetgeving. Mensen zijn terecht bezorgd over de aanwezigheid van camera’s. Toch was er hierover meer enthousiasme dan tegenstand. We kregen zelfs al vaak de vraag van mensen om ook in hun straat een camera te installeren. Er zijn immers heel veel regels van toepassing op zulke camera’s.”

Christophe Lemaitre: “Deze camera’s zijn ook weer een enorme bron van data die opnieuw kunnen worden gebruikt in de economie om innovatie te stimuleren en use cases uit te werken.”

Annie Pinxten: “Dat vergt eerst en vooral open data die beschikbaar worden gesteld. Dan pas kan daar de innovatiekracht van de economie op worden losgelaten.”

Interoperabiliteit is een absolute must: deze moet open zijn, op elkaar worden afgestemd en alles moet makkelijk kunnen worden geconnecteerd.

Annie Pinxten

Bart Somers: “Met ‘Smart Flanders’ hebben we een open data charter opgesteld met enkele principes om data op een duurzame manier te ontsluiten, met het oog op transparantie en het maximaliseren van hergebruik door derde partijen. Het moedigt gemeenten aan om na te denken over welke data zij beschikken. Er is nu eenmaal ongelofelijk veel data beschikbaar. Ook uit private zonnepanelen zouden we erg veel nuttige informatie kunnen halen. Binnen een beveiligde en geanonimiseerde omgeving zou zo’n open data netwerk een ongelofelijke meerwaarde kunnen opleveren.”

Hoe belangrijk is de publiek-private samenwerking in smart cities?

Bart Somers: “De overheid kan niet alle innovaties en vernieuwingen zelf uitdenken. We moeten dus absoluut onze samenleving, onze kennisinstellingen en ons economisch veld mobiliseren. Daar mag zeker ook meerwaarde op worden gerealiseerd. Dé uitdaging en topprioriteit voor de komende decennia zal die van het klimaat en energie zijn. Dat we ons zullen moeten aanpassen, staat vast. We zullen moeten nadenken over hoe we onze publieke ruimte anders aanleggen en hoe we onze steden hittebestendig kunnen maken. Belangrijke projecten in Genk, Sint-Niklaas, Roeselare en Mechelen zijn alvast van start gegaan met steun uit het stadsvernieuwingsfonds van de Vlaamse overheid. Met de Universiteit Gent gaan we die projecten monitoren. De data die daaruit voortkomen kunnen heel nuttig zijn voor bedrijven. Zij kunnen zo concrete en uitrolbare oplossingen bedenken die onze steden kunnen helpen om zich aan te passen aan de klimaatopwarming en het aanpakken van hitte-eilanden. Samenwerking is dus absoluut noodzakelijk.”

Caro De Brouwer: “Het succes van publiek-private samenwerkingen is dat ze op zo’n manier worden georganiseerd dat beide partijen elkaar versnellen. Bij overregulering zal er niet genoeg ruimte meer zijn voor de private spelers om creatief te zijn. Wanneer de overheid te weinig competitiviteit toelaat tussen meerdere private bedrijven, werkt dat ook vertragend.”

Bart Somers: “Als partners moeten we elkaar opjagen, versnellen en begrijpen. Als overheid moeten we een actieve houding stimuleren bij bedrijven om naar ons toe te stappen met voorstellen. De overheid weet immers niet alles en is niet op de hoogte van alles wat er mogelijk is. Van onze kant moeten wij dan natuurlijk ook ontvankelijk zijn voor innovatieve voorstellen. Die permanente wisselwerking moeten we blijven opzoeken.”

Christophe Lemaitre: “De concurrentiegerichte dialoog voor tenders is in dat kader een heel goed instrument. Door in dialoog te gaan en samen te werken, geef je vorm aan je use case. Bovendien hebben steden vooral langetermijnobjectieven met ook maatschappelijke componenten. Voor ons als bedrijf is dat erg interessant.”

We moeten af van het kerkhof aan smartcityprojecten waarbij er té veel werd geïnvesteerd in sensoren en te weinig in echte use cases: we moeten meer doen met de data die er al is.

Christophe Lemaitre

Annie Pinxten: “De concurrentiegerichte dialoog is inderdaad een heel leerrijk en mooi traject. Het is wel nog vrij nieuw en daardoor nog niet zo vaak toegepast. Gelukkig konden wij telkens samenwerken met een zeer sterke cel binnen de stad. Het opent in ieder geval nieuwe perspectieven voor ons waarbij er continu een goede balans is tussen vraag en aanbod.”

Bart Somers: “Zeker de steden die de kritische massa hebben om dingen te realiseren, hebben dankzij hun snelheid van handelen en beslissen een grote troef. Om een versnelling te krijgen in heel wat maatschappelijke oplossingen zouden we dus nog meer bevoegdheden moeten geven aan die lokale besturen. Bovendien hebben we met ‘Smart Flanders’ een prachtig partnership uitgebouwd tussen dertien centrumsteden en de Vlaamse Gemeenschapscommissie waarbij zij kennis delen en de handen in elkaar slaan om gemeenschappelijke uitdagingen aan te pakken. Lokale besturen staan het dichtst bij de burger en het bedrijfsleven. Zij weten het best wat er moet gebeuren. Ook onze universiteiten zijn overigens sterk gericht op de maatschappij, we willen hen daar dan ook nog meer in stimuleren. Tot slot moet de private sector goed begrijpen aan welke regels de overheid gebonden is, wat haar logica is en wat haar uitdagingen zijn.”

Annie Pinxten: “Slimme Regio Vlaanderen is in die context opgericht en werkt nauw samen met de Smart Region Office. De bedrijven die hierbij zijn aangesloten, hebben een grote motivatie om samen te werken aan open oplossingen. Het Relanceplan van de overheid bevat heel mooie en concrete zaken waarvan er ook al heel wat is gerealiseerd. Met onze groep van bedrijven kijken wij alvast proactief welke doelen van dat plan nog niet of onvoldoende zijn aangesneden. Mobiliteit en laadpalen zijn alvast zo’n thema. Wij hebben dat daarom ter harte genomen in werkgroepen en hebben onze voorstellen al bij meerdere instanties gepresenteerd. Er is dus zeker heel wat bereidwilligheid bij de bedrijven. Dat vergt dan wel openheid en interoperabiliteit van de oplossingen.”

Welke opportuniteiten biedt 5G voor onze slimme steden?

Christophe Lemaitre: “5G zal heel wat nieuwe opportuniteiten met zich meebrengen. Ten eerste is het veel sneller dan het huidige internet. Daarnaast zal dankzij ‘slicing’ prioritaire dienstverlening mogelijk worden, wat handig is bij een aanslag of ramp. Bovendien kunnen Service Level Agreements worden gegeven aan de eindgebruikers. Wij zouden zelfs graag een stap verder willen gaan en Experience Level Agreements geven. Maar om 5G mogelijk te maken en ten volle te kunnen benutten, is er wel eerst nog de nood aan aangepaste stralingsnormen.”

Bart Somers: “Vlaanderen heeft alvast nieuwe stralingsnormen vastgelegd in dat kader. Deze zijn sinds 31 juli van kracht.”

Bart Verhaert: “Voor de veiligheidssector zijn 5G en de uitrol van een glasvezelnetwerk enorme gamechangers. Terwijl een veiligheidscamera vroeger slechts één functie had, zal hij nu multifunctioneel worden. Daarnaast laten 5G en glasvezel toe om de data van sensoren en camera’s op grote schaal en ultrasnel te collecteren op één centraal punt. Op die manier kunnen makkelijker (automatische) beslissingen worden genomen en kan de veiligheid veel beter worden gegarandeerd.”

Voor de veiligheidssector zijn 5G en de uitrol van een glasvezelnetwerk enorme gamechangers. Ze laten toe om de data van sensoren en camera’s op grote schaal en ultrasnel te collecteren op één centraal punt.

Bart Verhaert

Annie Pinxten: “Toch moeten we continu de reflex maken of 5G per se altijd nodig is om te komen tot een slimme stad. Niet alle innovaties vereisen 5G. Ook het blijven sleutelen aan bestaande technologieën kan nog heel wat winsten opleveren en de maturiteit van smart cities naar een hoger niveau brengen.”Bart Somers: “Vanuit een economisch competitief standpunt is 5G absoluut nodig. Als het bestaat, wordt het trouwens ook gebruikt, en we hebben hier in Vlaanderen alvast regels voor opgesteld. In het Vlaamse relanceplan stellen we bovendien dat we willen gaan naar één open 5G netwerk, met een overkoepelende samenwerking die de zware investeringen in goede banen kan leiden. Het is waar dat er binnen enkele jaren weer betere technologieën beschikbaar zullen zijn, maar dat betekent niet dat we er nu alvast niet voluit op moeten inzetten. We mogen ons niet laten verlammen. Het loont immers absoluut om vooruit te gaan, want in die tijd kan je alvast een positieve verandering realiseren in de stad en de maatschappelijke uitdagingen in de stad aanpakken.”


MIJLPALEN VOOR E-MOBILITY

🔌 Vanaf 2026 zullen enkel nog elektrische bedrijfswagens fiscaal aftrekbaar zijn.
🔌 Vanaf 2029 zullen in Vlaanderen enkel nog elektrische nieuwe wagens verkocht mogen worden.
🔌 Tegen 2030 is de doelstelling om te voorzien in een laadpunt per honderd inwoners.
🔌 Op onze snelwegen zal elke 25 kilometer een snellader beschikbaar zijn.


Next article